Een medewerker die niet veranderen wil?

Er was eens een rups die het heel erg naar z’n zin had. Zijn werkplek was een gezonde florerende moestuin waar hij zijn eigen bedje sla had. Heerlijke malse groene sla. Deze rups had het goed voor elkaar en kon het zo best wel volhouden tot aan zijn pensioen. Tot op een dag – en het was nog wel zo’n mooie dag – hij boven zich een stem hoorde. Deze zei, luid en duidelijk: “Het is tijd.” “Vreemd, dacht de rups, het is toch altijd tijd. Waarom moet dit nu ineens zo duidelijk gezegd worden.” Hij schonk er verder geen aandacht meer aan en ging verder met zijn bedje sla.

Maar de stem van boven gaf niet op, sterker nog, hij werd alleen maar luider: “He, jij daar beneden! Hoor je mij niet? Ik zeg je: het is tijd!” Nu schrok de rups toch wel. De stem had het blijkbaar tegen hem. “Uh, stamelde de rups, waar is het dan precies tijd voor?” “Nou dat lijkt me nogal voor de hand liggen, klonk de stem van boven. Het is tijd om te veranderen natuurlijk.” “Oh, fluisterde de rups bedeesd; veranderen naar wat dan?” Van boven kwam er dit keer slechts wat gemompel terug. Er werd, zo klonk het tenminste, even overlegd. Uiteindelijk klonk daar de stem weer: “We zijn er uit, het wordt geel.”

“Geel?!, herhaalde de rups en trok daarbij een heel erg vies gezicht. Dat kan niet, dat bestaat niet en is geheel onmogelijk. Als ik geel wordt, val ik veel te veel op tussen de groene blaadjes. Dan gebeuren er vreselijke dingen….” De arme rups zag het groen en geel voor de ogen zo bang werd hij. En weer was het wat stil boven. Er werd, zo klonk het tenminste, even overlegd. Uiteindelijk besliste de stem van boven: “Toch wordt het geel, is het niet goedschiks dan maar kwaadschiks!” Ondertussen was de rups de schrik al weer wat te boven en besloot de stem gewoonweg te negeren. Naar geel veranderen dat zou toch nooit in zijn leven gebeuren. Van z’n lang zal z’n leven niet. De rups sloot zich af en smulde verder van zijn groene blaadjes.

Over een medewerker die niet veranderen wil

Vervelend genoeg was de stem van boven behoorlijk standvastig. En niet alleen de stem van boven. Het gonsde door de hele moestuin. Geel, we moeten veranderen naar geel. Geel, geel, geel en nog eens geel. De rups werd er helemaal akelig van. “Ik hou niet van geel”, riep hij geïrriteerd uit en liep daarbij rood aan. De frustratie was hem duidelijk aan te zien; hij was echt boos. En wat erger was, de frustratie werd zo erg dat de rups langzaamaan stiller en stiller werd. Hoe meer geel hij hoorde of zag hoe meer hij in zichzelf keerde. Hij at niet meer, hij sprak niet meer en hij trok zich terug in zijn eigen wereld.

Van boven maakte men zich toch een beetje zorgen. Deze rups was toch altijd een trouwe werker in de moestuin geweest. En nu kwam er geen boe of bah meer uit. Van een frisgroene sprankelende persoonlijkheid was de rups verworden tot passief dier waar geen beweging in te krijgen was.

De stem van boven besloot opnieuw contact te leggen. “Joehoe rups, probeerde hij voorzichtig, we hebben even overlegd en vragen ons af: waar zit je eigenlijk mee?” Een beetje mopperend, mompelde de rups terug: “Waaròm moet ik veranderen? Dat is wat ik weten wil.” “Oh, als dat alles is, antwoordde de stem monter, dat kan ik wel uitleggen. Als iedereen blijft zoals hij is, dan is er straks geen groen blaadje meer in de moestuin te vinden. En dan verhongert iedereen. We moeten dus echt veranderen en we dachten – na enig overleg, onderzoek en meting – dat geel het beste was.” Nu duidelijk werd hoe urgent de situatie was, begreep de rups best wel dat hij moest veranderen.

Toch, dat geel bleef hem dwars zitten. Geel is en blijft een lelijke kleur en geen haartje op zijn lijf die er aan dacht om geel te worden. De arme rups raakte dieper en dieper in de put. Hij had zelf niet eens in de gaten dat hij in een pop aan het veranderen was. Hardop denkend en peinzend, stelde hij allerlei vragen: “Is geel het enige dat er gaat gebeuren? En hoe geel is geel eigenlijk? En doet iedereen in de moestuin mee aan geel? En hoe lang moest dat dan wel duren, dat geel?” Hij begon zelf allerlei soorten geel te zien en verzon allerlei combinaties met andere kleuren. Zonder dat hij in de gaten had dat hij dat hardop deed, moet je weten.

Totdat hij weer de stem van boven hoorde. Deze zei: “Weet je, over dat geel nog eens. Ik hoor dat je vol zit met ideeën en dat je wel mogelijkheden ziet. Er zijn zoveel soorten geel, wat denk je ervan om zelf te beslissen welke soort geel jij wordt?” Dat kwam voor de rups die eigenlijk geen rups meer was, als een totale verassing. Hij voelde zich opeens gehoord en begrepen. Hij strekte zich eens uit in zijn benauwde coconnetje, knipperde eens met zijn ogen en zag een streepje licht aan de horizon. En dat licht, je gelooft het niet, had precies de kleur geel die hij eigenlijk best wel mooi vond. Zo’n lichte, zachte kleur geel. De rups zag het helemaal voor zich; hij visualiseerde precies hoe hij eruit kon gaan zien. Met een blauw kleuraccent en een zwart patroon en nog een paar oranje stippen erbij. Als hij zo geel mocht worden dan zou dat veel voor hem betekenen en hij stelde het voor aan de stem van boven.

Nu was deze verast. Wat een motivatie ineens, wat een beweging! En nog niet eens een slecht idee met dat blauw en een stipje oranje in een zwart patroon. “Geweldig, zei de stem van boven, we gaan ervoor, geel is geel tenslotte.” De pop, want dat was de rups geworden, kraakte en knarste en plots kwamen daar twee vleugels naar buiten. De rups die niet veranderen wilde, had zich getransformeerd tot een prachtige vlinder. De koninginnepage sloeg de vleugels uit en flip, flap, vloog weg; naar nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden; een nieuwe toekomst tegemoet.

0 antwoorden

Stuur mij een e-mail als er vervolgreacties zijn.Stuur mij een e-mail als er nieuwe berichten zijn.

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*