Carrière maken

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik geloof niet in carrière maken als levensdoel. Het idee dat carrière maken het eindstation is, leidt volgens mij vaak tot teleurstelling. Vraag je door bij mensen die “carrière willen maken”, dan hoor je meestal dingen als invloed, status en een hoog salaris. Maar wie alleen daarvoor gaat, komt vroeg of laat bedrogen uit.

In de praktijk zijn er grofweg twee uitkomsten: of het lukt niet — en dat is pijnlijk. Of het lukt wél — en dat is vaak nog pijnlijker. Want dan besef je dat al dat harde werken je misschien een indrukwekkende titel heeft opgeleverd, maar dat het je niet per se gelukkig maakt.

Dat besef slaat in als een bom. Kijk naar de verhalen van topsporters, influencers of artiesten die op het hoogtepunt van hun carrière kampen met burn-outs of depressies. Denk aan Avicii, die ondanks wereldwijd succes en miljoenen fans het leven als zinloos ervoer. Of dichter bij huis: bekende Nederlanders die openlijk worstelen met mentale gezondheid, ondanks een glanzende carrière. Niet omdat ze geen talent hebben — maar omdat het vuur waarvoor ze ooit begonnen, onderweg is gedoofd.

De harde weg naar de top

Carrière maken vraagt vaak méér dan alleen je werk goed doen. Het betekent: lange dagen, constant presteren, jezelf verkopen op LinkedIn, zichtbaar zijn op de juiste momenten, netwerken, misschien verhuizen voor een nieuwe functie… Je moet er wat voor over hebben.

Maar wie alleen bezig is met “volgende stappen zetten”, loopt het risico zichzelf onderweg kwijt te raken. Dat zijn de managers die op papier alles voor elkaar hebben, maar in de praktijk uitgeput raken of richtingloos voelen. We kennen allemaal wel iemand die er middenin zit — of we zijn die persoon zelf geweest.

De kracht van doen wat je leuk vindt

Er is een alternatief. Een simpel, maar krachtig uitgangspunt: doe wat je leuk vindt. Dan volgt die carrière meestal vanzelf. Ja, dat klinkt als een luxeprobleem, maar het werkt écht anders als je werk aansluit bij je interesses en talenten.

Kijk bijvoorbeeld naar mensen als Bas Smit. Hij begon ooit in het vastgoed, maar vond zijn passie in ondernemen met zijn vrouw Nicolette van Dam. Inmiddels runt hij meerdere succesvolle bedrijven — maar vooral op zijn eigen manier, met veel plezier en energie. Of neem Marieke Elsinga: begonnen in de radiowereld vanuit liefde voor presenteren, en nu een gevestigde naam op radio én televisie. Niet omdat ze “carrière wilde maken”, maar omdat ze bleef doen wat ze het leukst vond.

Drie fasen in een loopbaan

Als ik naar mijn eigen loopbaan kijk, herken ik grofweg drie fases:

    1. Plichtsbesef — In het begin werkte ik gewoon hard. Niet om op te vallen, maar omdat ik geloofde in goed werk leveren. En vreemd genoeg: juist daardoor werd ik opgemerkt.
    2. Carrièrejacht — Toen ik merkte dat promotie mogelijk was, begon ik ernaar te streven. Maar hoe harder ik probeerde, hoe meer het begon te wringen. Ik genoot niet meer van het werk zelf.
    3. Geestelijke onafhankelijkheid — Uiteindelijk vond ik de rust om te doen wat bij me past. Minder bezig zijn met titels of ladderklimmen, meer met impact en voldoening. En guess what? Toen ging het pas écht snel.

Je hebt meer invloed dan je denkt

Het mooie is: je hoeft geen directeur of ondernemer te zijn om invloed te hebben. In iedere rol — ook als teamlid of vrijwilliger — kun je het verschil maken. Dat bewijst bijvoorbeeld Bol.com, waar medewerkers veel autonomie hebben in hun teams. Ze werken volgens het ‘Spotify-model’, met squads en tribes die veel vrijheid hebben om hun werk zelf vorm te geven. Dat verhoogt het werkgeluk én de prestaties.

Een ander mooi voorbeeld: Tony’s Chocolonely. Ze hebben een platte organisatiecultuur waar initiatief wordt gewaardeerd. Medewerkers kunnen zelf projecten aandragen en uitvoeren — en dat geeft energie.

Zelfs in een ogenschijnlijk strak geregisseerde omgeving, zoals in een fabriek of winkel, kun je invloed hebben. Denk aan hoe je samenwerkt, hoe je anderen helpt, hoe je de sfeer beïnvloedt. Die kleine dingen maken jouw dag, en die van anderen, een stuk beter.

Wees gewoon jezelf (en blijf dat ook)

Nog een mooi voorbeeld: Humberto Tan. Hij was jarenlang succesvol als talkshowhost en presentator, maar keerde op een gegeven moment terug naar zijn liefde: sportjournalistiek en fotografie. Niet omdat hij moest, maar omdat hij wilde. Hij koos opnieuw voor wat hem energie gaf. En daarmee bloeide hij weer op.

Net als Kees Jansma ooit: eerst sportverslaggever, toen manager, en later “gewoon” weer commentator. Omdat dat is waar zijn hart ligt.

Veel mensen die succesvol zijn geworden, begonnen niet met “ik wil een topfunctie” — ze begonnen met passie voor hun vak. Ze volgden die passie, werkten hard, en werden gaandeweg erkend. Anderen volgden hun passie, maakten géén enorme carrière… maar zijn wél gelukkig. En dat is eigenlijk het mooiste wat je kunt bereiken.

Kortom

Stop met carrière najagen. Begin met jezelf serieus nemen. Vind iets waar je energie van krijgt, iets dat je goed kunt — en geef daar alles aan. De rest volgt vaak vanzelf.

Of, zoals steeds meer jonge mensen het tegenwoordig zeggen: “Ik werk om te leven, niet andersom.”

0 antwoorden

    Stuur mij een e-mail als er vervolgreacties zijn.Stuur mij een e-mail als er nieuwe berichten zijn.

    Plaats een Reactie

    Meepraten?
    Draag gerust bij!

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    *
    *